Ik ben niet tegen coaching.
Integendeel. Ik begeleid zelf neurodivergente mensen en zie hoeveel inzicht en groei dat kan opleveren. Coachees begrijpen hun brein beter, weten wat hen helpt op het werk en waar hun grenzen liggen. Dat zijn waardevolle stappen.
Wat ik door de jaren heen echter steeds opnieuw zie, is dit. De coaching werkt. De persoon groeit. Maar daarna keert iemand terug naar exact dezelfde werkplek, met dezelfde verwachtingen, dezelfde onduidelijkheid en dezelfde manier van werken.
En dan stel ik mezelf steeds dezelfde vraag: hoe duurzaam is dat eigenlijk?
Zowel medewerker als werkgever investeren tijd, geld en energie. De medewerker past zichzelf aan en probeert het anders te doen. De organisatie faciliteert een traject met de beste intenties. Maar als het werk zelf hetzelfde blijft, wordt coaching een tijdelijke oplossing. Het helpt medewerkers omgaan met de situatie, terwijl de onderliggende oorzaak in het werk onveranderd blijft. En zo blijft de investering zich herhalen, zonder dat het structureel iets verandert.
De vraag is dus niet of coaching werkt.
De vraag is wat het rendement is wanneer het werk hetzelfde blijft.
Echte duurzaamheid ontstaat pas wanneer organisaties eerst kijken naar wat het werk vraagt en hoe dat anders kan worden ingericht.
Pas daarna krijgt coaching diepere waarde als ondersteuning.
In mijn traject werk ik precies op dat snijvlak. We pakken eerst de oorzaak in het werk aan. Coaching blijft waardevol, maar krijgt pas duurzaam rendement wanneer het werk zo is ingericht dat mensen niet eerst hoeven te compenseren om te kunnen functioneren.
Op woensdag 28 januari om 9.30 uur organiseer ik een online sessie waarin ik dit verder toelicht: waarom organisaties jaarlijks veel investeren in coaching zonder structureel effect, en wat er nodig is om de oorzaak aan te pakken in plaats van de symptomen.
Heb je interesse, laat het me weten, dan stuur ik je de uitnodiging.

