MIJN VERHAAL

Als leidinggevende & Managing Director in de corporate wereld heb ik jarenlang geprobeerd alles in balans te houden: een succesvolle carrière, moederschap en ook nog vrijwilligerswerk. Overdag was ik druk met mijn team, nam ik belangrijke beslissingen en leek ik alles onder controle te hebben. Maar onder de oppervlakte woedde chaos. Ik wilde voldoen aan de verwachtingen van iedereen, mezelf incluis.

De vermoeidheid en stress namen toe en ik bleef zoeken naar de oorzaak. Uiteindelijk ontdekte ik dat ik een neurodivergent brein heb. Dat gaf een verklaring, maar loste niets op. Sterker nog, ik wilde helemaal niet anders zijn. En ik herkende mij ook helamaal niet in het ‘stoornislabel’. Dus ik ging door op de automatische piloot, mezelf aanpassend aan wat ik dacht dat er van mij werkd verwacht.

Na weer een hectische, ondeweg naar huis, kwam wéér die knallende hoofdpijn uit het niets opzetten. Ik was het zo zat om elke dag oververoeid en compleet afgedraaid thuis te komen. Dit heb ik nog een paar weken volgehouden, totdat mijn lichaam niet meer kon. Dat was het moment waarop ik besloot: dit moet anders.

Pas toen ik leerde hoe mijn brein werkt en wat ik écht nodig heb om op een duurzaame manier te werken, veranderde alles. Ik begon mijn grenzen te herkennen en mijn energie beter te bewaken. In plaats van mezelf in te perken, heb ik onderzocht wat mijn randvoorwaarden zijn om zo optimaal mogelijk te functionderen. Nu kies ik ervoor om mijn leven op mijn randvoorwaarden te leiden. Dat geeft zo veel meer rust, zelfs in de hectiek van een dynamisch gezin.

MIJN VISIE

Laten we eerlijk zijn: de wereld is ingericht op het gemiddelde, maar jij valt daarbuiten. Je kunt je blijven proberen aan te passen, jezelf forceren en je eigen behoeften te negeren om perse ‘erbij te horen’. Maar dat is een pad dat onvermijdelijk leidt tot uitputting en stress. Als je echt meer ontspannen wilt leven en werken, is het belangrijk dat je je eigen breinhandleiding kent, zodat je eindelijk de vertaalslag kunt maken naar je werk.

Een persoonlijk kijkje

ONTMOET MIJ

1. WAT DRIJFT MIJ?

Werk is ingericht voor het gemiddelde. Dat lijkt efficiënt, maar precies daar verliezen organisaties geld, energie en talent. Tegelijk zie ik neurodivergente professionals die zich blijven aanpassen, tot het niet meer gaat. Dat moet anders. Ik laat organisaties zien hoe zij dit vóór zijn en hoe hun beste mensen optimaal blijven presteren.

2. WAT IS HET BESTE ADVIES DAT IK OOIT KREEG?

Waarmee voed jij jezelf?
En dan bedoel ik niet alleen wat je letterlijk eet.
Waar voed je je gedachten mee en je intentie? Waar geef je je aandacht aan? Met welke mensen omring je je en welke gesprekken laat je toe? Dat inzicht heeft mij veel bewuster gemaakt. Wat je toelaat, bepaalt hoe je leeft.

3. WAT IS MIJN GROOTSTE UITDAGING GEWEEST?

Bij mezelf blijven.
In een intensieve fase, als managing director bij een Amerikaans bedrijf en met een jong gezin, heb ik ja gezegd tegen taken en verantwoordelijkheden die niet bij mij pasten. Niet de rol, wel onderdelen ervan. Dat hou je een tijd vol, maar daar betaal je altijd een rekening voor. Die ervaring heeft me geleerd om scherper te luisteren naar mezelf.

4. WAARIN MAAK IK HET VERSCHIL?

Door mijn kennis van organisaties, verzuim en neurodiversiteit zie ik waar het misgaat vóórdat het zichtbaar wordt. Ik zie waar neurodivergente professionals zichzelf voorbijlopen, waar systemen niet meer werken en waar organisaties denken dat het goed gaat, terwijl het risico zich opstapelt. Ik benoem wat anderen missen en maak duidelijk welke keuzes dan nodig zijn.

5. WAT DOE IK GRAAG BUITEN WERK?

Tijd doorbrengen met de mensen die mij dierbaar zijn. Uit eten bij een goed restaurant. Zon meepakken op een terras. Slenteren langs de grachten van Amsterdam. Ik lees veel en verdiep me graag in de Tao.

6. WAT DOE IK OM OP TE LADEN?

Tijd nemen voor mezelf.

Ik stem af op wat op dat moment nodig is. Mediteren, lezen of een uur sporten.

7. WAAR KAN IK UREN OVER PRATEN?

Over persoonlijke ontwikkeling en diepere zingeving. Over waarom we zo vaak blijven hangen in wat bekend is of hoe het ‘hoort’, ook als het ons eigenlijk niet voedt.